ALTIJD PRIJS * TEKST, REGIE ARNE SIERENS * MUZIEK ( live ) JEAN-YVES EVRARD * CHOREOGRAFIE KOEN AUGUSTIJNEN * SCENOGRAFIE GUIDO VROLIX * KOSTUUMS LIEVE PYNOO * LICHT TIMME AFSCHRIFT * SPELERS TITUS DE VOOGDT ROBRECHT VANDEN THOREN* PRODUKTIELEIDING KOEN DEMEYERE * COMPAGNIE CECILIA, HET PALEIS * MEI 2008 * GESELECTEERD VOOR HET THEATERFESTIVAL 2008 *

Personages * Dino, Pierre * 2 mannen *
_________

'Aan wie verkoop ik mijn ziel?
Welk beest moet ik aanbidden?
Welk heilig beeld ligt er onder vuur?
Welk hart moet ik breken?
Welke leugen volg ik?
In wiens bloed stap ik?'

Rimbaud (Une Saison en enfer)

_________

Een jonge gast komt een andere jonge gast bedanken omdat hij hem drie maand ervoor op een nacht toen hij in delerium verkeerde, naar huis heeft gebracht.

Afkomstig uit een totaal ander milieu en zonder echt vrienden te worden, ontstaat er tussen de twee mannen een vreemde lotsverbondenheid. Ze spiegelen hun levens aan elkaar. Ze proberen elk voor zich antwoorden te vinden in een wereld, bevolkt door huisjesmelkers, zwartwerkers, koppelbazen en mensenhandelaars. Een wereld, bevolkt ook door in zichzelf gekeerde jongeren die lijden aan het syndroom van Asperger of 'hikikomori'.

Zoals in een duet geraken de twee mannen onontwarbaar verstrikt in een ritueel spel van uitdagen en verleiden. Soms cru en agressief, dan weer teder en poëtisch. Met tekst, maar ook dansent. Amusant, maar misschien wel donkerder en harder dan gewoonlijk. De spirit van de Jamaicaanse rude boys of de Engelse mods uit de jaren 60 is nooit ver weg.

TABULA RASA

"Ook Arne Sierens is een maker met een meer dan behoorlijk rijk en uitgebreid artistiek cv. Van kunstenaars die al zo lang bezig zijn, hoop je dat ze je op een dag nog eens weten te verrassen. Dat is precies waar deze ras-theatermaker nu in slaagt. Altijd prijs is o.i. een belangrijke stap in het persoonlijke parcours van de maker, omdat hij zijn vorige oeuvre kan loslaten en nieuwe vormen toelaat. Dat is risicovol, dus moedig op zich.

Twee mannen raken verstrikt in een ritueel spel van uitdagen en verleiden. Dino is verplicht de louche nachtclub van zijn broer open te houden wanneer die met de noorderzon verdwijnt. Op dat moment komt Pierre, een getroubleerde twintiger met een psychiatrisch verleden, zijn leven binnengevallen. Pierre wil tabula rasa maken. Dino loodst hem mee in een wereld die hij voorheen niet kende: een wereld bevolkt door opgesloten meisjes, zwartwerkers en huisjesmelkers. Zonder echt vrienden te worden, ontstaat er tussen Dino en Pierre een lotsverbondenheid. Ze spiegelen hun levens aan elkaar, ze proberen elk voor zich stabiliteit te vinden in een wereld die hen er liefst van af wil smijten.

Altijd Prijs is woest, eigenzinnig en confronterend, maar altijd recht naar het hart - zoals het motto van Compagnie Cecilia voorschrijft. En wat een energie! Acteurs Titus De Voogdt en Robrecht Vanden Thoren gooien zich verbluffend in de strijd en overtuigen door hun (soms ingehouden) spelplezier en finesse. De live muziek van Jean-Yves Evrard stuwt het stuk vooruit. Dit is wat muziektheater méér moet zijn: absoluut theater en absoluut muziek, in een uniek verbond met beweging: samen één. Slechts zelden is een dergelijke driehoeksverhouding zo overtuigend als in deze donkere voorstelling die de grond meer dan eens onder je voeten wegslaat. Met Altijd prijs is er weer een Sierens van belang!" ( Jury Theaterfestival )

( Marijn Lems )

MANNEN OP DE RAND

Met 'Altijd prijs' brengt Compagnie Cecilia het verhaal van twee mannen, die elkaar door een stom toeval leerden kennen. Dino vindt Piere op straat. Hij is naakt en dronken. Dino voert hem naar een veilige plek. Enkele maanden later staat Piere met een bos bloemen aan de deur om Dino te bedanken. En zo raken de verhalen van beiden onlosmakelijk met elkaar verbonden. De ene is van goede afkomst, de andere leeft van wat er te vinden valt. Piere gaat bij Dino inwonen, is op de dool, wil eindelijk een eigen leven beginnen.

Tussen deze twee werelden liggen er raakpunten. Dino en Piere razen door over het leven, over keuzes maken, over relaties en geaardheid ... en over de verdwijning van Dino's broer en de nachtclub waar Dino vanaf nu een oogje in het zeil moet houden, over het mysterieuze meisje in de kamer van de verdwenen broer, huisjesmelkerij en andere beslommeringen. Het stuk gaat over 'een wereld, bevolkt door in zichzelf gekeerde jongeren die lijden aan het syndroom van Asperger of hikikomori' (volgens de inleiding). Hoe dan ook, 'Altijd prijs' grijpt naar het hart met goede maar soms ook scherpe kanten.

'Altijd prijs' speelt zich af in een sobere setting. Een verhoogd podium, muzikant in de hoek. Boven het podium hangt een rekstok waartoe de twee hoofdrolspelers vaak hun toevlucht zoeken. Hun gevoelens zoeken immers naar een evenwicht, zoals dat van een goed getrainde atleet. Dansen op het slappe koord, daar lijkt de voorstelling op gebaseerd. En dat dansen, dan kan je letterlijk nemen,'Altijd prijs' wordt doorweven met dansstukjes. Eerst hilarisch, zoals Dino in de nachtclub en dan weer bitter ernstig, zelfs bitsig. Er ontplooit zich een subtiel machtsspel tussen de twee. Het stuk zindert op de gedrevenheid en boosheid van de twee mannen. Maar toch blijven de twee personages op zichzelf gericht. Ze verdrinken soms in zelfbeklag, ze zijn beide ooit al diep gevallen en dat laat onuitwisbare sporen na.

Wat je zeker ook in het oor moet houden, is het sappige Gentse dialect dat acteurs Titus De Voogdt en Robrecht Vander Thoren spreken. Je hebt het gevoel dat het verhaal heel echt is, alsof het zomaar ergens van de straat werd geplukt. Het stuk staat in het leven. Dat is iets wat Piere niet kan zeggen. Hij werd op een bepaald moment dood gewaand door zijn kotgenoten toen hij niet op de reünie kwam opdagen. Maar wat is dood zijn? Op een bepaald moment besluit Piere op bezoek te gaan bij de persoon die het 'nieuws' van zijn dood verspreid heeft: den Bert. Die droomde er ooit van om fotoreportages te maken in verre landen maar hij neemt nu foto's voor reclamefolders van buurtslagers. Piere vindt dat hij meer dood is dan hij. Je wordt verleid om te kiezen voor het leven van een bohemer. Om écht te voelen, écht te leven. Je kan je dan ook afvragen waar jij je bevindt op de as burgerlijkheid - complete vrijheid. Hoe je het ook draait of keert, beiden brengen hun verantwoordelijkheden met zich mee.

Visueel is het stuk sterk, zelfs al speelt het zich af in een zwarte ruimte. Zo zitten de twee te klagen over de arbeidsmarkt waarbij ze heen en weer gaan als joden aan de Klaagmuur. Maar het podium heeft ook een functie in dit stuk. Het staat op losse schroeven, gaat af en toe schokken alsof er een kleine aardbeving door de zaal gaat. Een aardbeving die ook het publiek schrik aanjaagt. Subtiel gepland, wanneer je het 't minste verwacht, worden de twee acteurs door elkaar geschud. Alsof de aarde hen probeert uit evenwicht te brengen. Vallen en opstaan: in deze drie woorden kan je 'Altijd prijs' het best omschrijven."

( Jolien Van de Velde - Cutting Edge )


OP ZATERDAG WORDT ER GEKNUFFELD, GODVERDOMME!

De een wilde het met bloemen zeggen, de ander met een baseballknuppel. Gewapend met stengels en hout, zo staan ze onverwacht oog in oog met elkaar in de woonkamer van Dino. Met de schroom van twee vreemden. Er zijn drie maanden voorbij gegaan  na die ene nacht. Er is veel veranderd sinds Dino in een kriebel van barmhartigheid de drugged out Pierre naakt uit de goot trok, hem zijn oude onderbroek met pantermotief aandeed, en zo terug thuis afleverde. Alletwee hebben ze nu een kop vol zorgen. Ze beleven elk hun seizoen in de hel, om het op z'n Rimbauds te zeggen. Pierre, shabby chique rijkeluiszoontje, is zijn delirium net te boven. De Schwartzwaldkliniek, vol verpleegsters met puitogen en paardenstaarten, ligt nog vers in zijn voor het overige mistige geheugen. Dino, gewoon shabby, heeft zijn handen vol aan de 'meiskesclub' van zijn broer, die zomaar met de noorderzon vertrokken is. Daar staan ze dan. De een met een knullig bedankje dat stokt in de strot en ogen die smeken om een nieuw thuis. De ander als sullige Samaritaan, herder tegen wil en dank.

Altijd prijs is op het eerste zicht een typische Arne Sierens -voorstelling geworden. Deze seismograaf van het Gentse getto voert steevast de 'zelfkant van de maatschappij' ten tonele, speciaal voor degenen die ook effectief die term gebruiken om alles wat sociaal marginaal en economisch gedrepiveerd is, te duiden. Zijn personages spreken de taal zoals ze die van thuis hebben meegekregen. Hents dus. Zijn verhalen vist hij uit de kieren tussen de verzakte stoeptegels. Hij koestert de wilde straatbloemen die her en der ontluiken temidden van het woekerende, ordinaire onkruid.

Enig deterministisch naturalisme is Sierens niet vreemd. Het is zijn milieu dat de mens maakt tot wat hij is, zo blijkt vaak de moraal van het verhaal te zijn. Sommigen zijn nu eenmaal geboren voor het ongeluk. Alhoewel hij altijd een stevige slag om de arm houdt waar precies de verzachtende omstandigheden stoppen en de dikke bult van de eigen schuld begint. Sierens heeft een zwak voor grensvallen, zwalpend tussen hoop en wanhoop, goed en goed gek, moedig en moedeloos. De lach, de traan, bij hen komen ze samen in dezelfde snik. Want iedere dag mag dan wel een gemiste kans zijn die kraakt onder het gewicht van geknakte dromen, soms moet je ook gewoon durven lachen met het alomtegenwoordige, kleinmenselijke onvermogen om de eigen levensloop uit de modder te trekken.

Die onmacht zit doorgaans verpakt in de scenografie. Waren het een ijsbaan in Maria eeuwigdurende bijstand en negen ton glasscherven in Broeders van liefde, voor deze kleine-zaalproductie hield Guido Vrolix het eenvoudig. Dino (Robrecht Vanden Thoren) en Pierre (Titus De Voogdt) moeten zich staande houden op een speelvlak dat via een luchtdruksysteem af en toe met een plof naar de zijkant rukt. Vanachter staat een hoge rekstok. Inderdaad, ze vinden maar geen vaste grond en hangen tussen zweven en vallen in. Als het over décor-metaforiek gaat, zoekt Sierens het liever niet te ver. Hetzelfde geldt voor de manier hoe hij zijn karakters schetst. Die willen nogal eens 2D uitvallen. Eerder van bordkarton dan van vlees en bloed. Altijd prijs schuwt echter de zwartste krochten van de inmenselijke zielenpijn niet. Vanden Thoren als weekhartige slungel Dino laat trefzeker stukje bij beetje zien dat achter zijn gevel van zeurderig gezemel over de zaak en een Calimero-complex tout court, een smachtend hoopje tragiek huist. Pierre, de verknipte droom van iedere psychiater met diagnosedrift, komt in de handen van De Voogdt even doorleefd uit de verf als afgeschreven probleemgeval dat stiekem hunkert naar de troostende warmte van een wang.

HET DRAMA VAN 'NE GOEIE GAST' TE ZIJN

Geborgenheid hebben Pierre en Dino thuis nooit echt gevonden. De vader van Dino, een huisjesmelker met de Puinstraat als werkterrein, ziet zijn zoon eerder als eerste hulp bij huurderintimidatie dan als bron van affectie. Pierre en zijn vader spreken gewoon niet dezelfde taal, aldus Pierre. In de ogen van z'n pa is hij één grote afgang. Het conflictmodel is hun samenlevingsvorm. Van zijn vrienden moet hij het ook al niet hebben. Naar aanleiding van een krantenbericht, 'Belg verdronken in buitenland', dachten ze dat hij dood was. Ze hadden hem dan ook begraven, met afscheidsceremonie en al. Toen Pierre dat ontdekte, is hij beginnen flippen, met zijn drie maanden durende delirium als gevolg.

Aanvankelijk is de verhouding tussen Pierre en Dino onwennig. Beleefdheidje hier, ongemakkelijke stilte daar. Pierre, die inmiddels zijn intrek heeft genomen in de hondenkamer van het huis van Dino's broer in de Jeruzalemstraat, gaat in de club aan de slag als all round hulpje. Als ze praten, is dat de directe aanleiding. Dino die met engelengeduld uit de doeken doet waar het die werkdag precies weer is misgegaan, en Pierre die het allemaal lijdzaam ondergaat. Ontbijten in adamskostuum in de refter? Geen goed idee. Vriendjes worden met de dames van de club? Idem. Klanten pardoes buitensluiten omdat hij de dames en zichzelf na hun shift graag entertaint met zijn gitaarspel? Liever niet. Het orgelpunt van die gesprekken is telkens hetzelfde. Hoe verschillend ze ook zijn, wat Pierre en Dino vooral met elkaar delen, is het drama van 'ne goeie gast' te zijn in een verrotte wereld.

Hoewel het duo in zijn balorige tweespraak regelmatig afdwaalt richting jeugdtrauma's en relatiemuizenissen, hebben ze het over niets ten gronde. Ze praten in schijnbewegingen. Dat maakt  Altijd prijs zo fascinerend. Het gevoel dat er tussen de opgelaten ballonnetjes door vanalles ongezegd in de lucht blijft hangen. De ware aard van de verbondenheid die groeit tussen de twee laat zich niet zomaar vastpinnen met loze woorden en psychologie van de koude grond. Hun lijven zijn leugendetectoren en dieptepeilers die samen met de live gitaarloopjes van Jean-Yves Evrard poken tegen de robuust ogende oppervlakte. Terwijl Evrard de sfeer van het moment uitgraaft door het geluidsspectrum tussen reggae-achtige lome riedels en woeste, punky uitbarstingen overhoop te woelen, gaan de shirtjes uit en staan Dino en Pierre in hun blote bast als gekooide tijgers tegenover elkaar. De tik op de bil ontaardt in een hoofdklem, een aai over het hoofd is een sollicitatie naar een trap tegen het gat. Ja ja, zo gaat dat met manskerels onder elkaar. Lekker kort van stof, de knuisten paraat om een gesprek of aanverwante vormen van intimiteit met veel schwung te vloeren. Tot zover het cliché. Het is slechts een handig want herkenbaar aanknopingspunt om er een hele bewegingstaal aan op te hangen die de drang naar een omhelzing parasitaire trekjes toedicht. Het hypermannelijke vernis van bravoure wordt zo laagje voor laagje afsgechraapt, tot Dino en Pierre op hun kwetsbaarst voor je staan.

Wie terugdenkt aan Bâche van Koen Augustijnen, snapt hoe Altijd prijs je zo bij de lurven kan pakken. De  impliciete conflictmechaniek die Augustijnen daar door zes mannen al dansend liet ontsporen met een uitzonderlijk gevoel voor detail en subtiliteit,  heeft hij hier als gastchoreograaf op maat gesneden van De Voogdt en Vanden Thoren. Het duet, van oudsher symbool voor de rituele consumptie van brandende verlangens, wordt binnenstebuiten gekeerd en ontwricht. Het is nu een gedanste dialoog van broze tederheid. Van olijk gebuitel aan de rekstok en geklauter over mekaars ruggen. Maar ook van wrokkige verstrengeling en de vernietigende kracht die in de met agressie opgeladen uithaal verscholen kan liggen. Zo krijg je een onthutsend beeld van wat er allemaal leeft tussen de regels door. Wanneer Dino vertelt dat Reinhard, een ex-instellingsgenoot van Pierre, zichzelf van kant heeft gemaakt door uit het raam te springen, beslissen ze na hun initiële wezenloosheid om toch maar niet naar de begrafenis te gaan. Want die valt op zaterdag. En zaterdag zouden ze gotverdomme gaan schilderen. Samen! En soms moet je 'fuck you' tegen het leven durven zeggen! Onder die taaie laag nihilisme zit een brok verdriet die snel weggespoeld wordt met een glas Spa. Maar zoals ze daar zitten, poserend als twee opstandige treurwilgjes naast elkaar, ziet het ernaar uit dat er voor die zaterdag geen verfborstel, maar een knuffel afgebedeld wordt.

GEEF MIJ EEN BRANDBOM. DAT GEVOEL HEB IK.

De gemoederen spelen in Altijd prijs haasje-over met mekaar. Droefenis ontspringt uit woede, bozige blikken monden uit in zalvende stemmen. De mentale oorlog die in beiden tiert, werkt zich al hinkelend naar het breekpunt toe waar Dino en Pierre onvermoed op afstevenen. Maar in welke gemoedstoestand de twee zich ook bevinden, Sierensgewijs blikkert er in de verte altijd hetzelfde gevoel: dat van opstandigheid. Soms een uitgelaten razernij, dan weer een ingetogen ontevredenheid jegens Het Systeem dat zijn personages knecht. Het Systeem dat altijd een helpend handje lijkt uit te steken, maar hen in feite  in de totaal verkeerde richting sjort. En als alle hoekstenen van de samenleving afgebrokkeld zijn, houdt uiteindelijk ook die allerlaatste steen, kind en gezin, de boel niet meer samen.

Wanneer Pierre van de RVA komt, is de emmer vol. Want de RVA, dat is toch een beetje zijn hoop in bange tijden. Een droom, zo je wil, waar het werk vriendelijk wenkt vanuit de vitrine. Het blijkt een fata morgana te zijn. Eenmaal afgeschreven heb je niet veel meer te willen, alleen maar aan te nemen. Ook Dino verliest de grip op zijn laatste strohalm. Het huisje op de Puinstraat numéro 14, een cadeau van zijn pa dat het idyllische liefdesnestje moest worden voor hemzelf en lief Elsie, viel bij haar niet in de smaak. Ze weigerde zelfs de auto uit te komen, haar afkeer stak ze niet onder stoelen of banken. Als klap op de vuurpijl bleek pa er ook nog eens verhuurders in te hebben gestoken. Dino ziet zijn utopia in rook opgaan. Hij weet het allemaal niet meer, buiten dat die zwarten daar weggewerkt moeten worden. Zo loopt de emmer over.

Het slotbeeld van Altijd prijs is een maagwringende apotheose. Dino, met bivaksmuts en baseballknuppel, heeft de daad bij het woord gevoegd. Puinstraat numéro 14 doet zijn naam ineens alle eer aan. Een in vlaag van zinsverbijstering onbewoonbaar gemaakt krot. Een fantasie die aan gruzelementen is geslagen. Dino en Pierre staan nu met lege handen in de afgrond waar ze al de hele tijd omheen cirkelden. Ze hebben zichzelf erin geslagen. Dit is het drama waar goeie gasten in een vree slechte wereld nu eenmaal niet aan kunnen ontsnappen. De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen. Eenmaal daar aangekomen, heb je alleen nog maar elkaar. Wanneer hun twee schreeuwen op elkaar botsen, Dino die roept om Pierre, en Pierre die roept om Dino, doen hun lijven hetzelfde. Arm op arm, bast tegen bast. Dus nu dan toch, zij het met de moed der wanhoop. Het is een slotakkoord dat erin beukt als een mokerslag.

Altijd Prijs is Sierens op zijn best. Bij gratie van Augustijnen en Evrard schiet hij mijlenver voorbij de uitgedunde karakter- en milieuschets, om uiteindelijk tot een veellagige, treffende voorstelling te komen die luchtig aftrapt met een lach, en woest natrapt met een traan."

( Daniëlle de Regt - VTI )

_________