DE PIJNDERS * TEKST, REGIE ARNE SIERENS * MUZIEK JEAN-YVES EVRARD * SCENOGRAFIE GUIDO VROLIX * KOSTUUMS LIEVE MEUSSEN * LICHT GEERT VANDEWALLE * CHOREOGRAFIE TED STOFFER * SPELERS TITUS DEVOOGDT, JOHAN HELDENBERGH, ROBRECHT VANDEN THOREN, JORIS HESSELS, DOMINIQUE VAN MALDER, TOM VERMEIR * MUZIKANTEN JEAN-YVES EVRARD, ERIC THIELEMANS, SEBASTIEN BOISSEAU * PRODUKTIELEIDING KOEN DEMEYERE * COMPAGNIE CECILIA, THEATER ANTIGONE, KC DE WERF, MAASTRICHT VIA 2018, LAFILATURE MULHOUSE * OKTOBER 2011 * GESELECTEERD VOOR THEATERFESTIVAL 2012 *



Personages * 6 mannen *
_________

'Een pasgeboren kalf.
Dat is nogal wat anders dan op den tram te wachten.'


Zes mannen van de Gilde van Pijnders bereiden zich voor op de komende processie in het dorp. Om met de zware draagberrie waarop het beeld staat te kunnen manoeuvreren op het bochtige en steile parcours moeten ze trainen, zweten en afzien.

Ze moeten vooral overeenkomen want het kraakt en het dondert onder mekaar. Via half onbewuste zinnen, bijna pathetische uitroepen, soms absurde maar dramatische anekdotes krijgen we een ontroerende inkijk in het leven van deze woeste bende.


INTERVIEW

V: Hoe is het idee eigenlijk ontstaan om een voorstelling over 'pijnders' te maken?
A: Wel, ik heb een paar processies gezien in Andalucia, in Malaga en in Sevilla. En eigenlijk loop ik al jaren met het idee rond om iets te maken over die mannen die de beelden dragen tijdens de processies omdat ik dat fascinerend vind. Ik vind het ook een manier om een groep te maken. Ik had onmiddellijk dat beeld van 8 man die dat beeld dragen. Dat zal waarschijnlijk niet letterlijk in de voorstelling terugkomen, maar ik ben vooral geïnteresseerd in "Wie zijn die mannen? En wat zijn hun motieven om die beelden te dragen?" Ondertussen zijn we met de spelers ook een aantal processies gaan bekijken; zijn we gaan babbelen met de pijnders in Dendermonde. We zijn naar Maastricht geweest en daar hebben we met mensen van verschillende dragersgilden gesprekken gehad over wat hun motieven zijn. Die zijn trouwens ook al lang niet meer religieus.

V: Het is dus niet zo dat die relikwieën dragen omwille van de religie?
A: Nee. In Spanje wel; al is het ook daar vooral het feit van het samenzijn, dat samen dragen. Dat zeggen de pijnders zelf ook. Onze motieven zijn niet religieus maar op het moment dat we samen dat beeld oppakken, ontstaat er wel iets. Ze hebben ook allemaal wel een reden als persoon om dat beeld te dragen. Ze dragen dat op aan iets of iemand. Soms doen ze dat ook als groep, dan dragen ze die processie op aan een bepaald iets: iemand die overleden is, iemand die ziek is,...

V: Dus dat kan dan van jaar tot jaar verschillend zijn.
A: Ja. Nu, de meeste van die mannen houden dat wel geheim. Sommigen beloven dat aan hun moeder op haar sterfbed, ze vertellen haar op haar sterfbed dat ze dat gaan blijven doen. Nu, voor mij is dat natuurlijk materiaal, een manier om een portret te maken van een groep. Een portret van die individuen die in die groep zitten. Het gaat over individu versus groep. Er zitten daar wel veel vrienden tussen, maten, maar daar zit ook heel veel onderstroom onder. Ze verdragen allemaal mekaar niet erg goed.

V: Je hebt dan je idee of de wens om 'iets' te doen rond of over die pijnders. Dat speelt dan een aantal jaren in je hoofd; wat volgt er dan? Hoe ga je tewerk? Ga je dan als een wetenschapper research doen? Of ga je eerder uit van je bagage die er al is? Ga je gericht lezen? Of ...?
A: Elk project dat ik maak is een amalgaam van verschillende stromingen. Ik heb dat basisidee, maar dan komen er bij boeken op tafel, fotoboeken, films, die we dan met de groep bekijken om ons te laten inspireren. Nu, er wordt heel veel geïmproviseerd en die improvisaties gaan dan toch heel erg over de autobiografie van die mensen. Niet letterlijk, maar iedereen probeert zijn manier te vinden waarmee hij op theater staat. Dat is wat mij fascineert: "welk soort verhaal wil iemand vertellen?". Dat is ook de essentie van die 5 maanden werk. Een acteur, ik noem dat geen acteur, voor mij is dat een artiest die zoals een schilder of een componist tewerk gaat. Voor mij maken de spelers een creatie. Ik zit daar dan wel voor en ik creëer natuurlijk mee, ik reik aan en zij reiken mij dingen terug, maar de essentie is wel dat zij op het einde van de rit het verhaal spelen dat hen aanbelangt. Niet zozeer een interpretatie van iets, maar iets dat echt uit hun ziel ontstaan is, zodat ik voel dat het iets is waar ze een ei mee willen leggen, iets wat ze willen helen, iets waar ze rond willen mee geraken inhun leven, iets wat ze willen plakken. Een droom van het onmogelijke die ze willen goedmaken op het theater.

V: Heb je dan, bijvoorbeeld bij de Pijnders, mensen in je hoofd waarvan je zegt "met hen wil ik dat doen, met die wil ik dat project realiseren?"
A: Het project op zich is eigenlijk ontstaan bij Johan, Dominique en Joris. Zij hadden een idee om iets te maken over mensen van het platteland die naar de stad gaan. En toen had Johan gezegd: "Ge moet dat met Arne doen". Dan heb ik het idee aangebracht van de Pijnders en een groep van acht, dan kon ik dat mooi in evenwicht zetten, 4 van voor, 4 van achter. 8 mannen vind ik ook een fantastisch idee. Ook al zijn we maar met 7 acteurs, het blijft wel gaan over 8 man. En dan de invulling, Johan is deel van mijn vaste crew, Robrecht en Titus zijn mensen waar ik ook heel graag mee werk, zij begrijpen mijn taal heel goed, we verstaan mekaar ook heel goed. Ze hebben ook al met die methode gewerkt. En dan zijn we beginnen zoeken en zaten we snel bij Tom Vermeir en Wouter Hendrickx. Voila, en dat is dan de ploeg geworden.

V: Er zal live muziek zijn. Wat is de rol van daarvan in de voorstelling?
A: Die zal zeer groot zijn. Ik heb al met Jean-Yves Evrard gewerkt bij Altijd Prijs en bij Schöne Blumen. Het allereerste idee was om een soort opera te maken. Dat idee van opera op zich hebben we laten vallen, maar er zal wel permanent muziek aanwezig zijn in de voorstelling, zoals bij Altijd Prijs. En hier, om wat tegenbalans te geven aan de speler, vond ik wel dat de muziek een beetje gewicht moest hebben. Zo zijn we uitgekomen bij een trio: Jean-Yves, Eric Thielemans en Sébastien Boisseau. Die kennen elkaar heel goed. Ze komen alle drie uit het free-jazz circuit, maar hebben alle drie een heel klassieke opleiding. Ze improviseren mee met ons. Niet permanent, daar hebben we het budget niet voor, maar de bedoeling is wel dat er ene permanente dialoog is. De muziek zal niet illustreren, zal ook niet zoals in een film zijn. Jean-Yves gaat eerder contrapuntisch tewerk met de spelers dan dat hij uitlegt wat er gebeurt. De bedoeling is dat de muziek iets anders is dan de tekst, dat het een andere wereld is die binnenkomt.

V: De tekst, hoe ontstaat die, hoe schrijf je die?
A: Alles ontstaat tegelijkertijd, tijdens het repetitieproces. Het idee van het decor, het verhaal, de personages, beeld, tekst, beweging, dans, muziek, ... eigenlijk wordt dat allemaal in één keer geboren. Essentieel voor mij is dat tekst niet los staat van een voorstelling. De moment dat een acteur daar staat met zijn lijf en vanuit zijn personage komt hij tot een uitspraak, dan is er voor mij geen onderscheid meer van wat hij zegt, het is ook hoe hij daar staat en hoe hij het zegttegelijkertijd met welke muzikaliteit. En vanuit die toon, vanuit die dynamiek komt de tekst tot stand. Ik noteer dat, heel precies, wat er elke dag gebeurt. Ik geef elke dag opdrachten, werken we daarop door en op het einde van de dag merken we dan "dat is een interessant verhaaldeeltje, dat is een interessante ontwikkeling voor een personage, dat is een hele mooie zin, dat is een prachtige beweging, ..." dat houden we allemaal bij. Daar maak ik dan een verslag van en dat gaat wel ver. Dan begin ik ook al te repeteren. Op het moment dat ik dat verslag begin uit te tikken, dan voeg daar al dingen aan toe, dan begin ik al te kneden. Dan laat ik ook dingen weg en kom ik tot de essentie van wat ik gezien heb in een dag. Dan pak ik dat vast. Het kan best zijn dat ik dingen efkes verleg die door bepaalde verhalen in gang zijn gestoken, dat ik denk van "misschien gaat dat zo door". De dag erop lezen we dat, 's morgens. Tegelijkertijd gebruiken we die tekst ook niet. Na het lezen gooien we dat ook onmiddellijk weg, in een doos, dat verdwijnt. Dat verslag, die herinnering van wat we gisteren gedaan hebben, zet ons ook in gang met wat we vandaag doen, op sommige dingen werken we dan door. Zo beginnen we met heel die ploeg af te tasten, ook naar de mogelijke verhoudingen tussen die mensen. Zo ontstaan er dag na dag dingen. En de ene dag is ontzettend rijk en de andere dagen botsen we op een dood spoor, iets wat we dan niet gaan gebruiken. Dat is een beetje slikken voor een traditionele speler. Je staat redelijk naakt daar, op de vloer. Daarom dat het ook heel veel tijd kost, het is een creatie van nul af aan. De eerste dag vertrek je eigenlijk met niets, alleen een titel. Maar met die titel heb je ook een idee en gaan we samenzitten.

V: Op een bepaald moment zet je dan 'iets' op papier dat dan de tekst moet worden die elke avond zal gespeeld worden.
A: Ja, daar zijn we deze week mee begonnen. Al die verslagen werden gebundeld in een boek van 250 blz, waar eigenlijk alles in staat wat we de voorbije 10 weken gedaan hebben. Natuurlijk, met alles wat we de voorbije weken meegemaakt hebben, hebben we nu wel al een idee van welke richting we zullen uitgaan. Dat boek, dat is een bouillon, daar zitten alle ingrediënten in en daaruit kiezen we dan waar we op doorgaan en elimineren we de dode sporen. Zo ontstaat er een eerste beeld van scènes: monologen, scènes tussen personages, groepsscènes, ... Elke acteur gaat dus ook mee in de dramaturgie, is ook verantwoordelijk voor hoe het stuk zich uiteindelijk structureert. Uiteindelijk wil ik ook wel weten wat zij graag willen spelen. Het gebeurt ook dat we dingen doorschuiven. Eén acteur heeft iets geïmproviseerd, maar heeft daar niets meer mee, dan kan het gerust zijn dat het wel iets is voor een ander personage. En eigenlijk steken we daarmee ook een gigantisch denken in gang. Dat wordt een soort symbiose tussen mij en de spelers en gaan we samen op zoek naar wat uiteindelijk het verhaal zal zijn. En dan begin ik in te koken. Van dat boek van 250 blz gaan we naar een tweede, kleinere versie, waar dan alles in staat wat we gaan gebruiken. Daar zit dan ook al een bepaalde volgorde in van scènes. Tegelijkertijd zijn we met Ted Stoffer de bewegingen aan het uitdiepen. Alle acteurs hebben tijdens het improviseren al een amalgaam aan bewegingen ontdekt. Ze hebben allemaal een fysiek masker. Ze hebben een manier van bewegen, van zijn, van ademen, een bepaalde tonaliteit, een bepaalde dynamiek waar ze in zitten. Het is al niet meer van henzelf, het is al een getransformeerd iets.

V: Is dat stressen dan voor jou?
A: Neen, dat is opwindend. Het blijft spannend omdat alle dagen heel open staan voor wat er kan gebeuren. Het is absoluut geen rationeel proces. Het is iets dat je heel intuïtief, met heel je instinct moet benaderen. Het is heel theatraal, en dat is voor mij cruciaal, vanaf dag 1. Vanaf dag 2 zijn we beginnen improviseren, op de vloer. Daar waren de spelers wel een beetje van in shock, maar vanaf dag 1 wou ik dat fysieke in gang steken.


OP DE WIP

Ik heb het gevoel altijd maar te verouderen en mijn vriendin verjongt precies maar altijd.' En krak deed er iets in het publiek. 'De dood van een kind verwerken, duurt zes jaar. Om het verlies van twee kinderen te verwerken, spreken de therapeuten niet meer van een termijn.' En nog eens: krak. Het eerste citaat is van Titus De Voogdt alias 'Pijnder' met zwakke gezondheid Stoffel. Het tweede is er een van Joris Hessels, evengoed 'Pijnder' en boer Andies. Zij zijn twee van de zes mannen die lid zijn van De Pijnders, een club van potige mannen die jaarlijks de heiligenbeelden tijdens de processie door het dorp zeulen. Zoiets vergt veel oefenen én veel vergaderen.

OP DE WIP. Regisseur en auteur Arne Sierens is zo gewiekst om zijn stuk, De Pijnders, net tijdens die vergaderingen te laten afspelen. Want vergaderen, dat is veel vaker 'uw hart luchten' dan dat het puur, zakelijke afspraken maken is. Tijdens dat vergaderen, ontpoppen de zes mannen zich tot gehavende individuen. Balancerend op de ingenieuze wipplank van scenograaf Guido Vrolix – een treffende verbeelding van wat die mannen betekenen voor elkaar – vertolken de zes acteurs elk hun personage met overtuiging, kracht en emotie. Een typische melange voor 'Sierensstukken'. Enkele maanden konden de performers 'marineren' in een bad van heiligenbeeldendragers en processies maar evengoed van zieltogende landbouwers. Zo improviseerden ze een (lange) voorstelling die soms piekt, soms doet lachen en soms hapert door een wat stroeve montage van de scènes. De montage lijkt even los en rommelig te zijn als een doordeweekse clubvergadering. De ploeg maakt het zichzelf echter niet gemakkelijk door te kiezen voor zulk een meanderend, sluw ritme.

ALS EEN RIVIER. Want Sierens spurt nu eens niet van emotioneel hoogtepunt naar explosieve piek. Hij sluipt van pijn naar hartzeer en van schouder naar schouder. Samen met choreograaf Ted Stoffer kneedde hij zijn acteurs tot prachtige stereotiepen van mannen die noest én elegant worstelen met hun emoties. Ze dragen elkaar, letterlijk en figuurlijk. Johan Heldenberg, Dominique Van Malder, Titus De Voogdt, Robrecht Vanden Thoren en Tom Vermeir. Klasbakken die soms struikelen maar vaak een subtiel evenwicht vinden tussen ingetogen dansen en uit volle borst acteren. En Joris Hessels verbaast mogelijk het meest. Om zijn waaghalzerij. Hij belichaamt letterlijk een Permekefiguur en begeeft zich hiermee op spiegelglad, melodramatisch ijs. Maar brengt het er indrukwekkend goed van af. Mede dankzij jazzgitarist Jean-Yves Evrard en zijn musicerende compagnons (Eric Thielemans en Sébastien Boisseau) die zich meesterlijke 'dragers' én aandrijvers van het spel tonen. De Pijnders is een voorstelling als een rivier. Dat stroomt en klotst en zwiert en draait. Soms traag. Soms snel. Soms botsend. Soms kabbelend. Maar ernaar mogen kijken en luisteren, doet deugd.Het zalft. Troost. Verrast. Ontspant. Verwart. En het raakt. Het is theater zoals het leven is."

( Els Van Steenberghe - Knack )


BREEKBARE VRIENDSCHAP

"De Pijnders, de nieuwe Arne Sierens, sluit opnieuw naadloos aan bij het bekende oeuvre van de meester. Een voorstelling met fysieke kracht en pakkende ontroering was welkom en nodig na de tijdelijke ontgoocheling van de voorganger: Schöne Blumen. De voorstelling komt moeizaam en ietwat gekunsteld op gang maar rolt na een tijd met het gewicht en de impact van een loodzwaar heiligenbeeld over het publiek.

ECHTE MANNEN. Met De Pijnders maakt Sierens een voorstelling over echte mannen. Mannen die zich in rokerige vergaderruimtes van parochiezalen voorbereiden op het torsen –dit woord is in deze tekst zeker van toepassing- van het beeld van de Heilige maagd Maria tijdens de jaarlijkse processie door het dorp. Dit uitgangspunt levert niet alleen geestige dialogen over praktische afspraken, afspraken over waar en wanneer er getraind zal worden, en vooral wie er de eer toebedeeld krijgt om als extra schouder mee het beeld te dragen. Het is vooral een zeer herkenbare tranche de vie van het Vlaamse verenigingsleven: waar elke (bestuurs) vergadering ontspoort in honderden zijgesprekken waarbij bijgekletst wordt tussen pot en pint over de tragiek en de poëzie van elk mensenleven.

BREEKBARE VRIENDSCHAP. De zes "pijnders" zijn levensechte Vlaamse Sierens-personages, elk met een complex verleden van pijn, verdriet en klein menselijk geluk. De zes mannen kennen elkaar van toen ze nog kind waren, ze groeiden uit elkaar en sommigen verlieten het dorp voor een verdere ambitie elders. Uiteindelijk dwingt het jaarlijkse ritueel hen weer samen, en doet zelfs even de wederzijdse frustraties en verschillen vergeten. Het is dus een echt mannenstuk dat toont hoe de pijn van het leven toch nog breekbare vriendschapsbanden kan smeden. Arne Sierens brengt voor deze voorstelling zes acteurs samen die zes gebeeldhouwde personages neerzetten. Daarbij is het zeer verfrissend om Johan Heldenbergh in een –voor hem- niet vanzelfsprekende rol te zien. Hij speelt een gerateerde poëet die na een zwerftocht van tientallen jaren terug zijn thuis zoekt in het dorp en bij de Pijnders. Heldenbergh zet het pijnlijk genante personage neer met een stevig glas rode wijn en sterk verschillend van de Sierens-personages die hij gewoonlijk vertolkt. Heldenbergh blijft een topacteur hoewel enig herkenbaar spelmaniërisme bij mij soms wat kijkplezier vergalt. Ook Titus De Voogdt munt uit in perfectie in deze productie. De kracht en de eenvoud waarmee hij breekbare dialogen verwerkt tot een pijnlijke en ontroerende fysieke choreografie is vakwerk. Titus danst theaterteksten, elke keer opnieuw. En over de ontroering die zoiets meebrengt moet ooit es een doctoraatsverhandeling geschreven worden. Joris Hessels –nieuwe acteur bij het ensemble van Arne Sierens- brengt een stilmakende monoloog over de moderne boerenstiel –gebaseerd op echte getuigenissen van landbouwers. Zijn personage bleef in het dorp en nam het landbouwbedrijf van zijn vader over. Het verhaal over de moeizame omschakeling naar een biobedrijf en de tragische worsteling met gezin en overheid blijft aan de ribben kleven. Het is de tragiek van een openstaand boerenhemd als metafoor voor een ontmenselijkte boerenstiel. Robrecht Vanden Thoren raast als een geestige, fijne deugniet over de scène. De Gentse tongval en puberale ontroering van zijn personage zorgen dan wel keer op keer voor visueel plezant toneel, het is niet nieuw. Hij gebruikt dit typetje wel vaker op toneel en televisie. Ik kijk dan ook uit naar een nieuw aspect van zijn ongetwijfeld veelzijdig acteertalent. Dominique Van Malder -net zoals Tom Vermeir ook nieuw bij het ensemble- is een heerlijke voorzitter van deze tijdelijke vereniging. Zijn personage laveert met de nodige diplomatie en feeling tussen uit de hand lopende vetes en afspraken. Hij is een geloofwaardige, natuurlijke leider die toch ook een persoonlijke levenstristesse met zich meesleept. Vooral het subtiele maar zeer consequent volgehouden spel met zijn vingers is boeiend om naar te kijken. De voortdurende tinteling in zijn hand verraadt een herkenbare tic van zenuwachtigheid, onzekerheid en geldingsdrang. Tom Vermeir, tot slot, etaleert geloofwaardig een Vlaamse middenstander –zijn personage bleef ook in het dorp maar nam het hotel van zijn ouders over- die nooit verder is geraakt dan zijn kerktoren. Ooit zijn er misschien wel internationale opportuniteiten geweest maar menselijke en praktische pijnen stonden dat in de weg. Het personage zit geblokkeerd in een zeer mooi West Vlaams (eat this Goddelijke Monster !!) en zoekt heil in het witte kostuum van een "hotelboer" en vergeefse pogingen tot een verboden liefde.

HET TORSEN VAN MARIA EN MISERIE. Kortom de zes personages torsen schouderkloppend eigen en elkanders miserie. Een miserie die vaak zwaarder weegt dan zeventig kilo per persoon, het gewicht dat elk van de Pijnders moet kunnen verdragen in de processie. De acteurs maken daarbij dankbaar gebruik van het dynamische decor van Guido Vrolix: een gigantisch speelplatform, overtrokken in het bruine kunstleer van de parochiezaal,dat bij elke nieuwe emotie en elke nieuwe pijnlijke confrontatie overhelt en kantelt. Het is niet de eerste keer dat Arne Sierens ervoor kiest om zijn personages te laten manoeuvreren op een wankele ondergrond (ijzeren staven boven het speelvlak bij Altijd Prijs, ijs in Maria Eeuwigdurende Bijstand). En dat zorgt steeds voor niet voor de hand liggend acteerspel. De live-muziek van Jean-Yves Evrard, Eric Thielemans en Sébastien Boisseau is een mooie soundtrack bij de tragiek van de personages. Claimen dat de voorstelling door de muziek een opera-allure krijgt –zoals in het programmaboekje wordt gesuggereerd- is hoog gegrepen. Maar de interactie, de opdringerige dan weer zacht troostende drums, elektrische gitaar en contrabas geven de personages diepgang en ontroering. De Pijnders bouwt verder binnen het oeuvre, de beeldtaal en het métier van Sierens. En Arne Sierens slaagt er nog steeds in om voorstellingen te maken die, hoewel ondertussen zeer herkenbaar zijn handtekening dragend, je nergens anders te zien krijgt. Je moet even doorbijten aan het begin om in het vertrouwde ritme te komen, maar aan de eindmeet wacht een nieuwe verrassende totaalervaring."

( Roeland De Trazegnies - Cobra )


LACHEN MET ZIJN EIGEN MISERIE

"In de eerste plaats is De pijnders een mannenstuk. De dikke saus van stoerheid en hanerigheid wordtgecounterd met momenten van kwetsbaarheid. Ook de euforie is maar een laagje vernis. Het slot is hilarisch en hartverscheurend. De grote verzoening neemt de vorm aan van een eindeloze stoet van excuses en dankwoordjes, terechte zowel als misplaatste. Hier zien we een volk dat uiteindelijk kan lachen met zijn eigen miserie."

( Geert Van der Speeten - De Standaard )

_________